Wat zijn zoönosen en waarom moeten we daar rekening mee houden bij klimaatadaptief bouwen?
Wat zijn zoönosen en waarom moeten we daar rekening mee houden bij klimaatadaptief bouwen? Hoe voorkomen we dat infectieziekten van dier op mens zich verspreiden? Voor veel mensen lijken zoönosen een onderwerp voor laboratoria, dierenartsen of onderzoekers, maar toch hebben zo indirect te maken met hoe we wonen, reizen, bouwen en onze leefomgeving.
Nederland werkt aan klimaatbestendige wijken met meer groen, wateropvang en biodiversiteit. Dat is noodzakelijk om ons aan te passen aan klimaatverandering. Maar volgens Eefje Schrauwen, associate lector Infectieziekten bij Avans Hogeschool, mogen we daarbij één belangrijk aspect niet vergeten: gezondheid. Want de manier waarop we onze leefomgeving inrichten, beïnvloedt ook de verspreiding van infectieziekten die van dier op mens kunnen overgaan. Hoe houden we daar rekening mee?
Wat is een zoönose?
Een zoönose is een infectieziekte die kan worden overgedragen van dier op mens, of andersom. Bekende voorbeelden van zoönosen zijn het coronavirus COVID-19, de ziekte van Lyme, Q-koorts en vogelgriep. Zoönosen bestaan al zolang mensen en dieren samenleven. Ongeveer 70% van de infectieziekten die bij mensen voorkomen is oorspronkelijk afkomstig van dieren.
Waarom nemen zoönosen toe?
Zoönosen zijn dus niet nieuw, maar de omstandigheden waarin deze infectieziekten ontstaan en zich verspreiden veranderen wel. De relatie tussen mens, dier en leefomgeving verandert.
Door klimaatverandering worden zomers warmer en langer. Sommige insecten, zoals muggen en teken, kunnen zich daardoor makkelijker verspreiden. Ook de intensieve veehouderij, ons reisgedrag, de veranderende waterkwaliteit en de manier waarop we bouwen beïnvloeden de relatie tussen mens, die en leefomgeving.
Eefje Schrauwen ziet die samenhang als een belangrijk aandachtspunt.
"Mens, dier en leefomgeving zijn met elkaar verbonden. In de wetenschap noemen we dat One Health."
Het One Health-principe gaat ervan uit dat de gezondheid van mensen, dieren en hun omgeving niet los van elkaar kan worden gezien. Infectieziekten ontstaan immers vaak juist op de plekken waar die drie samenkomen.
Zoönosen zijn juist in Nederland een risico
Wie denkt dat zoönosen vooral een probleem zijn in verre landen, vergist zich. Juist in het dichtbevolkte Nederland spelen ze een belangrijke rol. Dat geldt zeker voor Brabant, waar relatief veel mensen wonen én waar in sommige regio's sprake is van een hoge veedichtheid.
Eefje erkent dat:
"Juist in Brabant is dat geen abstract verhaal. We wonen dicht op elkaar en in delen van de provincie is ook de veedichtheid hoog."
Wat hebben klimaatadaptatie en zoönosen met elkaar te maken?
Klimaatadaptatie wordt vaak gezien als een ruimtelijke opgave. Gemeenten investeren in meer bomen, groenstroken, wateropvang en natuurinclusieve woonwijken. Dat levert belangrijke voordelen op voor biodiversiteit, verkoeling en waterbeheer.
Toch kunnen sommige maatregelen ook gezondheidsrisico's met zich meebrengen wanneer daar onvoldoende rekening mee wordt gehouden.
Een wadi kan bijvoorbeeld helpen om piekbuien op te vangen, maar stilstaand water biedt tegelijkertijd kansen voor muggen om zich voort te planten. Door warmere zomers kunnen bepaalde muggenpopulaties groeien, waardoor ook het risico op overdracht van infectieziekten verandert.
En een natuur inclusieve wijk vergroot weliswaar de leefbaarheid, maar hygiëne en alertheid zijn hier wel geboden.
Beter voorbereid door zoönosegeletterdheid
Om beter voorbereid te zijn op toekomstige gezondheidsrisico's pleit Eefje voor meer zoönosegeletterdheid: basiskennis over zoönosen, infectieziekten en preventie. Het helpt als mensen weten welke signalen belangrijk zijn en wanneer zij alert moeten zijn. Door beter te begrijpen hoe zoönosen ontstaan en hoe we risico’s kunnen beperken, kunnen inwoners en professionals bijdragen aan een gezondere leefomgeving.
Dat begint vaak met eenvoudige maatregelen. Denk aan het verwijderen van stilstaand water in de tuin, handen wassen na een bezoek aan een kinderboerderij en het vermijden van direct contact met zieke of dode wilde dieren.
Ook zorgprofessionals spelen hierin een belangrijke rol. Een vraag over contact met dieren, werkzaamheden in de veehouderij of een recente reis levert soms cruciale informatie op bij het herkennen van een infectieziekte.
Hoe werkt Avans aan kennis over infectieziekten en zoönosen?
Bij Avans wordt praktijkgericht onderzoek gedaan naar de relatie tussen infectieziekten, gezondheid en leefomgeving. Vanuit het Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid onderzoekt het lectoraat Analysetechnieken in de Life Sciences hoe kennis over zoönosen kan bijdragen aan een gezondere en toekomstbestendige samenleving.
Die kennis is relevant voor onderzoekers en zorgprofessionals, maar ook voor gemeenten, projectontwikkelaars, stedenbouwkundigen en beleidsmakers die werken aan de inrichting van de leefomgeving van morgen.
Klimaatbestendige wijken moeten ook gezondheidsbestendig zijn
De discussie gaat niet over de vraag óf Nederland moet vergroenen, verkoelen en water vasthouden. Dat is noodzakelijk om ons voor te bereiden op klimaatverandering. De uitdaging is om dat zo te doen dat gezondheid vanaf het begin wordt meegenomen.
Zoals Eefje concludeert:
"De vraag is niet of we moeten vergroenen, verkoelen en water moeten vasthouden. Dat moeten we. De vraag is of we dat slim genoeg doen."
Een klimaatbestendige wijk is pas écht toekomstbestendig wanneer ook risico's op infectieziekten en zoönose worden meegewogen. Zoönosegeletterdheid is daarbij een belangrijk onderdeel van maatschappelijke preventie. Daarmee bouwen we niet alleen aan een duurzame leefomgeving, maar ook aan een gezonde samenleving.

