Hoe beïnvloedt AI kansengelijkheid in het onderwijs?
AI kan leerlingen helpen om beter te leren en zelfverzekerder te worden. Tegelijkertijd dreigt de kloof tussen leerlingen groter te worden. Hoe zit dat precies? En wat betekent dit voor het onderwijs? Avans-associate lector op het gebied van AI en onderwijs Maurice Schols duidt de kansen en risico’s.
Hoe helpt AI leerlingen bij het leren?
AI speelt een steeds grotere rol in het onderwijs. Leerlingen gebruiken het om huiswerk te maken, samenvattingen te schrijven of te oefenen met vaardigheden zoals taal. Voor veel leerlingen is AI inmiddels een extra hulpmiddel tijdens het leren. Ze kunnen op elk moment vragen stellen, oefenen en feedback krijgen. Er ontstaat meer ruimte om in eigen tempo te leren. Daardoor leren sommige leerlingen zelfstandiger en bouwen zij meer zelfvertrouwen op, vooral wanneer zij normaal gesproken minder snel hulp vragen of actief deelnemen.
Volgens Maurice zit daar een belangrijk voordeel:
“AI kan voor leerlingen voelen als een studiemaatje. Dat kan net het verschil maken voor leerlingen die anders minder snel meedoen.”
Dat effect is vooral zichtbaar wanneer AI wordt ingezet als hulpmiddel binnen het leerproces, en niet alleen als snelle oplossing.
Niet iedereen profiteert in gelijke mate
Tegelijkertijd brengt de opkomst van AI een duidelijke uitdaging met zich mee. Niet iedere leerling heeft dezelfde toegang tot technologie of begeleiding.
Betaalde AI-tools bieden vaak meer mogelijkheden, terwijl gratis varianten beperkter zijn. Ook speelt de thuissituatie een rol: waar de ene leerling ondersteuning krijgt bij het gebruik van AI, moet een andere leerling het zelf uitzoeken.
“Als ouders AI-tools kunnen betalen en hun kinderen begeleiden, ontstaat er een voorsprong.”
Daarmee dreigt AI bestaande verschillen tussen leerlingen te versterken in plaats van te verkleinen.
De rol van scholen en docenten
Niet alleen de thuissituatie, ook scholen maken het verschil. Scholen die investeren in AI en docenten ondersteunen in het gebruik ervan, bieden leerlingen een andere uitgangspositie.
In de praktijk blijkt dat hier nog grote verschillen in zitten. Veel docenten experimenteren zelf met AI, vaak zonder structurele ondersteuning of duidelijke kaders.
“Docenten zijn nu vaak zelf aan het uitvinden wat werkt, zonder dat daar voldoende tijd of begeleiding voor is.”
Dat maakt de inzet van AI niet alleen een technologische uitdaging, maar ook een organisatorische en onderwijskundige.
Wat betekent AI voor toetsing en leren?
De opkomst van AI raakt ook de manier waarop we leren en toetsen. Waar de nadruk traditioneel ligt op het eindproduct, wordt het steeds moeilijker om te beoordelen wat een leerling zelf heeft gemaakt. AI kan immers steeds beter teksten, opdrachten en antwoorden genereren.
Daarom verschuift de focus in het onderwijs langzaam naar het leerproces: hoe komt een leerling tot een antwoord, welke keuzes maken zij en welke vaardigheden ontwikkelen zij? Dit vraagt om nieuwe manieren van lesgeven en toetsen.
Samen werken aan oplossingen
De impact van AI in het onderwijs is groot en vraagt om bewuste keuzes. Keuzes over toegankelijkheid, begeleiding en de manier waarop technologie wordt ingezet.
Binnen Avans doen we hier onderzoek naar, onder andere binnen het lectoraat Digitale Didactiek van associate lector Maurice Schols. Daarbij onderzoeken we hoe AI kan bijdragen aan beter onderwijs, zonder de kansenongelijkheid te vergroten. Dat gebeurt in samenwerking met onderwijsinstellingen en andere partners, waarbij onderzoek en praktijk samenkomen.
De vraag is daarmee niet óf AI een rol speelt in het onderwijs, maar hoe we die rol invullen en voor wie dat daadwerkelijk kansen oplevert.


