250.000 euro subsidie voor Avans en Maastricht University voor forensisch haaronderzoek

Onderzoekers van Avans Hogeschool en Maastricht University ontwikkelen een methode waarmee uit haren een profiel van de persoon van wie de haar afkomstig is, kan worden opgesteld. Deze informatie kan een belangrijke bijdrage leveren aan forensisch onderzoek.

Partners in het onderzoek zijn het Nederlands Forensisch Instituut en de Forensische Opsporing, die met de nieuwe methode gaan werken. De kennisinstellingen ontvangen voor het tweejarige SherLOK-project 250.000 euro subsidie van het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA.

Sporen op plaats delict

'Wie is het?','‘wat is er gebeurd?' en 'wanneer is het gebeurd?': daar draait het om in forensisch onderzoek. Alle informatie die bijdraagt aan het beantwoorden van deze vragen is belangrijk. Vaak vinden forensisch onderzoekers wel sporen op een plaats delict, zoals haren, bloed of speeksel, maar is er geen match met de DNA-databank. Toch is het mogelijk dat haren forensisch onderzoekers in de toekomst leiden naar de persoon van wie de haar afkomstig is – dat kan een dader, slachtoffer of getuige zijn.

Profiel

"Haar groeit ongeveer 1 centimeter per maand en bevat sporen van onder meer voeding en het gebruik van alcohol, nicotine, drugs en medicijnen", zegt onderzoeker Theo Noij van het lectoraat Analysetechnieken in de Life Sciences van Avans. "Uit een haarlok van 10 centimeter, kun je een geschiedenis van tien maanden halen. Op dit moment kunnen we de aanwezigheid van sporen van alcohol, drugs, en nicotine in haren meten. Doel van het SherLOK-project is om een nieuwe methode te ontwikkelen, waarmee we in één keer een breder palet aan stoffen kunnen meten om inzicht te krijgen in de levensstijl van de eigenaar van de haar. Op basis van die gegevens kunnen we bijvoorbeeld een profiel opstellen van een dader of een verdachte vrijpleiten."

Samenwerking universiteit, hogeschool en werkveld

In het SherLOK-project werken Avans Hogeschool en van Maastricht University samen met het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), Forensische Opsporing, een forensisch arts en specialisten van de Universiteit van Amsterdam en de Katholieke Universiteit Leuven.

Een deel van het wetenschappelijke onderzoek wordt uitgevoerd bij Maastricht University, die beschikt over geavanceerde meetapparatuur. Onderzoekers van Avans Hogeschool in Breda brengen de techniek vervolgens dichter naar de praktijk. Zij maken de opsporingmethode toegankelijk voor het NFI en de Forensische Opsporing. Avansstudenten Chemie en Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek participeren in het onderzoek.