‘We willen jongeren bij elkaar brengen, opleiden én vormen als mens’
In een gespreid bedje kwam ze niet bepaald terecht: op haar eerste werkdag stond het programma Relevant en Robuust Avans op de agenda van het College van Bestuur (CvB). Ze heeft dan ook nog maar weinig tijd gehad om diepgaand kennis te maken met alle academies en diensten van Avans. Dat vindt Charissa Freese, die op 1 april 2025 begon bij het CvB, heel jammer, maar ze hoopt dat dat er de komende periode wel van gaat komen. Hoe kijkt ze verder terug op haar eerste periode? En belangrijker nog: hoe ziet ze de toekomst van Avans en het hoger onderwijs?

Het gesprek is eigenlijk al afgelopen, als Charissa nog een verzoek heeft: “Ik wil heel graag een keer student voor een dag zijn in de 5 sectoren waarin we straks gaan werken. Gewoon om te voelen: wat leren studenten nu bij Avans? Hopelijk zijn er docenten die het aandurven met mij in de les. Ik beloof dat ik me netjes zal gedragen”, lacht ze.
Geen onwil
Haar verzoek onderstreept nog maar eens dat Charissa graag meer tijd had gehad om mensen te leren kennen. Maar in een rustig vaarwater kwam ze niet bepaald terecht. “Letterlijk op mijn eerste dag stond het programma Relevant en Robuust Avans (hierna: R&R, red.) op de CvB-agenda. Het geeft energie om samen te werken aan een beter Avans, maar het is natuurlijk ook heftig en intensief. Mede daardoor heb ik nog te weinig collega’s en studenten leren kennen. Terwijl dat zo belangrijk is.”
De hoogste tijd dus om kennis te maken: wie is Charissa? In ieder geval niet het type dat graag stilzit. Haar 3 kinderen zijn uitgevlogen, maar ze heeft het drukker dan ooit. Naast haar baan bij Avans, waar ze onder meer de beleidsvelden onderwijs en onderzoek in haar portefeuille heeft, werkt ze nog steeds als bijzonder hoogleraar HRM en Sociale Zekerheid voor Tilburg University. “We onderzoeken hoe strategisch HRM kan bijdragen aan een inclusieve arbeidsmarkt, zodat kwetsbare groepen meer kansen krijgen.”
Terugkeer bij Avans
Die combinatie is soms lastig, geeft ze toe, maar vooral waardevol: “Zo blijf ik dicht bij het onderwijs en onderzoek: ik werk nog steeds met studenten en geef leiding aan een onderzoeksgroep.” Om zich op te laden, loopt ze met haar hond vaak door het bos in haar woonplaats Eindhoven. Regelmatig maken ze een ronde van 3 kwartier, nog vóór haar drukke werkdag. “Dat vind ik heel belangrijk. Het zijn lange werkdagen.”
Spijt van haar keuze heeft ze nog geen seconde gehad, verzekert Charissa. “Van 1999 tot 2008 was ik hier al docent. Het was toen al een warme organisatie en dat is het nog steeds. Hard werken is hartstikke leuk als je dat met fijne mensen doet. Die ook nog eens enorm capabel en betrokken zijn. We fixen het gewoon met elkaar, die mentaliteit vind ik fantastisch.”
Was het ook een bewuste keuze voor het hbo?
“Het hbo staat dichter bij de praktijk dan de universiteit. Ik zocht eigenlijk een toezichthoudende functie in het hbo, om daarvan te kunnen leren bij de universiteit. Toen kwam deze vacature ineens op mijn pad.”
Je bent 17 jaar weggeweest bij Avans. Wat is er in de tussentijd veranderd?
“Ik was destijds mijn proefschrift aan het afronden en vroeg me af: ‘Hoe kan ik de kennis die ik hiermee vergaar in het onderwijs terugbrengen?’ Dat was niet vanzelfsprekend. Inmiddels heeft Avans grote stappen gezet in de richting van een kennisinstelling. We doen maatschappelijk relevant onderzoek en maken massa.”
“Daarnaast heeft het hbo nu veel meer een eigen identiteit. Toen ik docent was, probeerden we een soort masterscriptie light te maken. Nu focussen we echt op beroepsproducten, waarmee we veel beter aansluiten op de vraag van het werkveld. Een vergelijkbare emancipatieslag maken we nu met praktijkonderzoek. Wij moeten daar echt onze eigen plek in claimen. Het laatste dat we moeten doen is universiteiten kopiëren met fundamenteel onderzoek.”
Wat waren voor jou mooie momenten, als je terugkijkt op de eerste periode?
“Dat ‘onze’ lector Janine Janssen de Deltapremie won was zeker een hoogtepunt. Omdat Janine het schoolvoorbeeld is van iemand die onderwijs, onderzoek en werkveld bij elkaar brengt, maar ook door de manier waarop ze in het zonnetje werd gezet door haar collega’s. Daarnaast denk ik aan de Avansdag, de Avans Winterwandeling, en mijn bezoek aan CARADT. Hun manier van onderzoek doen vind ik heel indrukwekkend. En ik krijg veel energie van de samenwerking met de wereld om ons heen: van een bestuurlijk overleg met De Rooi Pannen tot een bijeenkomst met onze PIONEER-partners.”
Het was ongetwijfeld niet alleen maar hosanna.
“Zeker niet. Kijk je rationeel naar R&R, dan staan we daar als bestuur helemaal achter. Maar het gaat over mensen die onzeker zijn over hun toekomst. Ik kan die zorgen op dit moment ook niet helemaal wegnemen. En door de hectiek van het werk kan ik er niet altijd zijn voor collega’s en studenten, ook na iets ingrijpends. Als mens is dat lastig, dus ik probeer hier echt tijd voor te maken.”
Over R&R gesproken: de implementatie van de Ambitie 2025 is nog maar net begonnen. Ben je niet bang voor ‘verandermoeheid’ bij Avans?
Die ambitie staat nog als een huis. In ons instellingsplan staat dat we 2 jaar langer de tijd nemen voor die implementatie. We gaan dus niet weer alles op z’n kop zetten. De maatregelen uit het programma R&R liggen in het verlengde van de ambitie.”
Hoe kijk je tegen de Ambitie 2025 aan?
“Tijdens mijn sollicitatietraject heb ik me er helemaal in verdiept. En eerlijk: ik had het bij wijze van spreken zelf willen ontwikkelen. Ik geloof echt dat dit de toekomst van het onderwijs is.”
Waarom?
“Er zijn nu al grote tekorten op de arbeidsmarkt, van zorg tot onderwijs: we hebben te maken met vergrijzing én ontgroening, dus meer ouderen en minder jongeren. We moeten dus zo veel mogelijk mensen aan het werk helpen, wat voor een deel ook verklaart waarom ik mijn leerstoel over de inclusieve arbeidsmarkt zo belangrijk vind. Maar dat betekent ook dat je veel korter onderwijs moet hebben, en vooral: op het juiste moment. Het idee dat we mensen 4 jaar opleiden voor een beroep en daarna nooit meer terugkomen is achterhaald.”
“Wat we nodig hebben, zijn mensen die zo snel mogelijk aan het werk gaan. En onderwijs dat meegroeit met wat ze nodig hebben. In mijn visie gaan opleiden en werken hand in hand. We moeten mensen veel sneller vrijspelen voor de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd hebben beginnende professionals behoefte aan coaching. Kijk eens naar de enorme uitval van zorgmedewerkers in de eerste 2 jaar. Los daarvan: niemand is ooit uitgeleerd. Alumni en de organisaties waarvoor ze werken moeten altijd op zoek blijven gaan naar kennis, om bij te blijven. Wij moeten die kennispartner zijn.”
“Daarom geloof ik zo in LLO (leven lang ontwikkelen, red.) en modulair onderwijs: die bouwblokken kun je straks ook gaan aanbieden aan mensen die al werken. Daarin loopt Avans echt voorop.”
Studenten hebben nu tot op zekere hoogte de vrijheid om af te wijken van het gebaande pad van hun opleiding. Waarom is dat zo belangrijk?
“Maatschappelijke vraagstukken zijn eigenlijk altijd multidisciplinair van aard. Als je monodisciplinair bent opgeleid, spreek je dezelfde taal als je vakgenoten. Maar stel: je gaat straks met je technische achtergrond een zorgrobot ontwikkelen. Om te snappen hoe die robot het beste kan functioneren, moet je bijvoorbeeld samenwerken met een psycholoog. Dan is het goed als je al weet hoe je een vraagstuk vanuit meerdere perspectieven benadert. Bij Avans hebben we veel opleidingen, dus we kunnen vraagstukken benaderen vanuit veel verschillende perspectieven.”
“Het mooie van die keuzevrijheid is ook dat studenten hun eigen profiel opbouwen. Je doet bijvoorbeeld een economische opleiding en het lijkt je juist interessant om daar vanuit een zorgcontext naar te kijken. Zo creëer je een uniek profiel. En kun je straks, na je opleiding, heel duidelijk aangeven: ‘Dit ben ik, dit zijn mijn interesses en ik heb ook al specifieke competenties op dat gebied.’ En twijfel je als student tussen 2 studies, dan kun je het beste van 2 werelden combineren.”
Waarom is praktijkgericht onderzoek zo belangrijk voor Avans?
“Omdat het hbo moet aansluiten op de wensen van de regio, in ons geval vooral Brabant. Daarvoor moet ons onderwijs actueel zijn, wat vraagt om nieuwe inzichten.”
“Als wetenschapper weet ik uit ervaring: wil je een artikel in een tijdschrift publiceren, dan heb je minimaal 2 jaar nodig. Het duurt nog langer voordat iets in een handboek voor studenten komt. Je loopt dus continu 2, 3, 4, 5 jaar achter. Dat is funest, zeker omdat alles zo snel verandert. Dat voorkom je door studenten mee te laten denken over actuele vraagstukken en die kennis meteen terug te laten vloeien in het onderwijs. Praktijkgericht onderzoek maakt ons wendbaar.”
Wat vraagt dat van docenten?
“Dat zij, net als onderzoekers, continu in contact staan met hun omgeving. En vooral dat ze onderzoekend vermogen hebben, afstappen van het idee dat je als docent even uitlegt hoe het zit aan studenten. Ze moeten in staat zijn om vraagstukken te onderzoeken en studenten daarbij te begeleiden. En dat je kunt omgaan met de onzekerheid van het niet weten. Ik weet zeker dat onze docenten dat onder de knie krijgen – als ze al niet zover zijn.”
Waarom is R&R zo noodzakelijk?
“Los van de financiële situatie kan ik me voorstellen dat collega’s denken: ‘Het gaat toch goed? We staan toch al jaren in de top-3 van beste grote hogescholen?’ Allemaal waar. Maar onder de oppervlakte zien we óók dat studentenaantallen teruglopen, dat we een hoge werkdruk ervaren en dat we op verschillende plekken hetzelfde aan het doen zijn.”
“Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat persoonlijk contact heel belangrijk is voor studiesucces. We willen jongeren bij elkaar brengen, opleiden én vormen als mens. We moeten docenten dus meer tijd geven voor studentenbegeleiding en onderwijsinnovatie. Met R&R ontzien we het primaire proces daarom ook zo veel mogelijk. Al besef ik dat dat niet altijd lukt, als ik de impact op de collega’s aan de Beukenlaan bijvoorbeeld zie.”
“Daar komt bij dat we nog steeds veel stappen moeten zetten op het gebied van LLO en praktijkgericht onderzoek. Op korte termijn krijgen we daarvoor geen extra geld, dus we moeten het zoeken in het verbeteren van de synergie tussen onderwijs en onderzoek.”
Hoe zie je die doorontwikkeling op het gebied van praktijkgericht onderzoek?
“De keuze voor de zwaartepunten is een belangrijke stap. Het Rapport Wennink bevestigt dat we voor thema’s hebben gekozen die cruciaal zijn voor de economie van de toekomst. Maar nu is het zaak om ons nog veel beter te profileren als dé kennispartner in de regio. Als een externe partij hulp nodig heeft bij een vraagstuk op het gebied van een van die zwaartepunten, dan moet Avans top of mind zijn. We kunnen die zichtbaarheid alleen vergroten met een samenhangend verhaal.”
Kun je dat concreet maken?
“Dan denk ik meteen aan het initiatief Van Gogh Homeland, omdat hier verschillende opleidingen én Centres of Expertise van Avans samenkomen. Het bijeenbrengen van die perspectieven is precies wat nodig is om bij te dragen aan maatschappelijke vraagstukken. R&R gaat ons helpen om die samenhang te versterken.”
En welke stappen moeten we zetten op het gebied van LLO?
“Op korte termijn moeten we onze doorstroomroutes verkorten en versoepelen. Van mbo naar Ad, van Ad naar bachelor – of andersom – en van bachelor naar wo- of hbo-master. Dat vraagt natuurlijk ook om een goede samenwerking met het mbo en wo.”
Over het mbo en wo gesproken: hoe onderscheidt het hbo zich daarvan?
“Wij zijn probleemoplossers: we denken na over het probleem en de oplossing én we helpen om het echt te fixen. We combineren hoofd en handen, zijn de schakel tussen de universiteit en het mbo. En onderschat de maatschappelijke waarde van onze studenten niet, doordat ze al tijdens hun opleiding bijdragen aan vraagstukken in de praktijk.”
Je had het over de vorming van studenten. Waarom is dat zo belangrijk?
“Het mentale welzijn van deze groep staat niet voor niets onder druk. Studenten gaan in deze leeftijdscategorie op kamers, moeten zich staande houden in een nieuwe groep en worden afgeleid door hun telefoon. Die telefoon blijft en de druk wordt er later niet minder op, met bijvoorbeeld de combinatie van een baan en een gezin. Ondertussen gebeurt er veel in de wereld en is de toekomst onzeker. Daar kunnen we niet blind voor zijn als onderwijsinstelling: het is aan ons om studenten een veilige plek te bieden en ervoor te zorgen dat ze veerkracht ontwikkelen, zodat ze in ieder geval zijn voorbereid.”
Tot slot: waar komt jouw drive vandaan om je in te zetten voor de arbeidsmarkt?
“Goed werk is niet alleen belangrijk voor de economie, maar ook voor mensen. Als jij fijn werk hebt, is jouw gezin ook gezonder en gelukkiger. Goed werk is van wezenlijk belang voor geluk en welzijn en zou beschikbaar moeten zijn voor iedereen in de samenleving. Daar sta ik echt voor.”