CSI in de praktijk

Studenten Rosemarie en Audrey vertellen over dit project

Via een hoofdhaar kan de politie met deze methode meer leren over de dader.

Wat heeft jouw haar te verbergen? Studenten Chemie en Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek ontwikkelen tijdens praktijkgericht onderzoek een nieuwe methode voor de politie.

Nieuwe methode

Eten, alcohol, drugs; alles wat je naar binnen stopt kun je ‘aflezen’ aan je hoofdharen. Met de nieuw ontwikkelde methode kan de politie aan de hand van haren van een plaats delict meer te weten komen over mogelijke daders. 

Forensisch onderzoek

'Wie is het?', 'Wat is er gebeurd?' en 'Wanneer is het gebeurd?', daar draait het om in forensisch onderzoek. Alle informatie die bijdraagt aan het beantwoorden van deze vragen is belangrijk. Vaak vinden forensisch onderzoekers wel sporen op een plaats delict, zoals haren, bloed of speeksel, maar is er geen match met de dna-databank. Toch is het mogelijk dat haren forensisch onderzoekers in de toekomst leiden naar de persoon van wie de haar afkomstig is – dat kan een dader, slachtoffer of getuige zijn.

Levensstijl in kaart brengen

Rosemarie en Audrey: "Haar groeit ongeveer 1 centimeter per maand en bevat sporen van onder meer voeding en het gebruik van alcohol, nicotine, drugs en medicijnen. Uit een haarlok van 10 centimeter, kun je een geschiedenis van 10 maanden halen. Op dit moment kunnen we de aanwezigheid van sporen van alcohol, drugs, en nicotine in haren meten. Doel van ons project is om een nieuwe methode te ontwikkelen, waarmee we in één keer meerdere stoffen kunnen meten om inzicht te krijgen in de levensstijl van de eigenaar van de haar. Op basis van die gegevens kunnen we bijvoorbeeld een profiel opstellen van een dader of een verdachte vrijpleiten. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de Forensische Opsporing met de nieuwe methode gaat werken."