Ruimtelijke Ontwikkeling

Opbouw van de opleiding

Tijdens je studie kun je je specialiseren. Zo kies je bij een aantal opleidingen meteen een richting in de vorm van een major. En bij álle opleidingen ga je, in jaar 3 of 4, je kennis verbreden of verdiepen met een minor. Hieronder vind je de specialisaties van deze opleiding. Je minor mag je ook bij een andere opleiding volgen, tenzij jouw opleiding een verplichte minor heeft.

Specialisatie bij Ruimtelijke ontwikkeling

In de loop van het derde jaar kies je een specialisatie. Deze bestaat uit een vakkenpakket naar keuze en een speciaal project.

Meer informatie

Je kiest een speciaal vakkenpakket bij de vaardigheden die je bij de opleiding ontwikkelt. Of een verbredend pakket met bouwkundige en civieltechnische onderwerpen. Hierbij krijg je vakken met een bepaald thema en een praktijkopgave. Bijvoorbeeld klimaatverandering in de openbare ruimte of well-being: de mens in de gebouwde omgeving. Je hebt de vrijheid om je eigen pad te kiezen.

Minor Verduurzaming bestaande infrastructuur en bebouwing

Deze minor gaat over een van de grootste ruimtelijke uitdagingen van deze tijd: de herontwikkeling en herbestemming van vastgoed en infrastructuur. Het liefst zo duurzaam mogelijk.

Meer informatie

Daarmee bedoelen we het toekomstbestendig maken van de bebouwde omgeving met oog voor kwaliteit, onderhoudsvriendelijkheid en flexibiliteit.

In de eerste 10 weken van de minor bereid je in een groep een projectopdracht voor. Daarnaast volg je vakken om je competenties verder te ontwikkelen. Daarna werk je 10 weken aan het project Verduurzaming bestaande infrastructuur en bebouwing. Dat doe je met studenten Bouwkunde, Civiele Techniek of Ruimtelijke Ontwikkeling. Samen met hen los je een probleem op voor een bedrijf.

Minor Klimaatverandering in de openbare ruimte

Deze minor gaat over de effecten van klimaatverandering op de ruimtelijke ontwikkeling, de weg- en waterbouw en de bebouwde omgeving. De focus ligt op de rol van de techniek daarin.

Meer informatie

Er staat een actuele praktijkcasus centraal, waarin klimaatverandering problemen veroorzaakt in de openbare en bebouwde omgeving in een regio of gemeente. Je gaat in gesprek met een civiel of bouwkundig ingenieursbureau, het waterschap, de gemeente of provincie en woningcorporaties. Kortom, met organisaties die met elkaar moeten samenwerken om duurzame oplossingen te vinden om de klimaatverandering tegen te gaan. Jouw inzet helpt hen daarbij.

In de eerste 10 weken bereid je in een groep een projectopdracht voor. Daarnaast volg je vakken om je competenties verder te ontwikkelen. Vervolgens werk je 10 weken met studenten Bouwkunde, Civiele Techniek en Ruimtelijke Ontwikkeling aan het project Klimaat. Met een groep van 7 medestudenten los je een probleem op voor een bedrijf.

Minor Well-being: de mens in de gebouwde omgeving

Deze minor gaat over het bouwen aan een groene, gezonde, duurzame omgeving, waarin mensen prettig en veilig kunnen wonen en leven.

Meer informatie

Onderwerpen als binnenklimaat, binnenstedelijk klimaat, 'frisse' scholen, healing environment, gezond in de stad, fijnstof, geluid, licht, temperatuur en levensloopbestendig bouwen komen hierbij aan bod. Je focust je op het verbeteren van het leef- en leerklimaat in een school of het leefklimaat in een woonwijk. Je werkt aan vraagstukken als: 'Wat is het geluidsniveau van een ruimte en hoe is dit te verbeteren voor betere leerprestaties?' Of: 'Hoe kunnen we verkeersroutes in een wijk duurzaam verbeteren en hoe beïnvloedt dat de leefbaarheid?'.

In de eerste 10 weken van de minor bereid je in een groep een projectopdracht voor. Daarnaast volg je vakken om je competenties verder te ontwikkelen. Met studenten Bouwkunde, Civiele Techniek en Ruimtelijke Ontwikkeling werk je vervolgens 10 weken aan het project Well-being. Samen met hen los je een probleem op voor een bedrijf.

Minor Water and Liveability (Engelstalig)

De Nederlandse aanpak van waterproblemen in stedelijke woongebieden is wereldberoemd. In deze Engelstalige minor onderzoek je wat de 'Dutch approach' inhoudt.

Meer informatie

In de 'Dutch approach' staan duurzaamheid, ruimte voor de rivier, building with nature en het poldermodel voor overleg centraal. Je leert hoe je dit toepast op een internationaal project, waarbij je rekening houdt met cultuurverschillen en sociaal-economische aspecten. Je ontwikkelt zo je technische én interculturele vaardigheden.

In de eerste 10 weken volg je workshops met onderwerpen die van belang zijn voor de uitvoering van het project. De workshops komen tot stand in samenwerking met bedrijven en lectoraten.

Voorbeelden zijn:

* Dutch approach in waterbeheer

* Innovatief ontwerpen

* Iconische architectuur en infrastructuur

* Werken in andere culturen

* Wet- en regelgeving

* Visualiseren

Vervolgens werk je 10 weken in een groep aan het project, waarbij experts je begeleiden. Jij kiest als student een rol, bijvoorbeeld ontwerper, bestuurder, beheerder of gebruiker. Vanuit die rol ga je aan de slag binnen het project. Je werkt samen met studenten Bouwkunde, Civiele Techniek en Ruimtelijke Ontwikkeling. Multidisciplinair dus. Je sluit de minor af met een online symposium.

Minor Duurzaam hergebruik van materialen

Grondstoffen en fossiele energiebronnen raken op. Daarom stimuleert de overheid bouwbedrijven om meer circulair te denken en te doen.

Meer informatie

Maar de bouwsector is conservatief. En circulair werken in de bouw zorgt voor dilemma's: Hoe richten we onze bebouwde omgeving in? Moeten we alle traditionele materialen zoals baksteen, beton en staal zomaar aan de kant zetten en vervangen door nieuwe, duurzame materialen? Of moeten we de gebruikte materialen juist een tweede leven geven?

Binnen de minor Duurzaam hergebruik van materialen werk je aan deze vraagstukken, zodat je na je studie goed voorbereid aan de slag kunt. In de eerste 10 weken bereid je in een groep een projectopdracht voor. Daarnaast volg je vakken om je competenties verder te ontwikkelen. Daarna werk je 10 weken samen met studenten Bouwkunde, Civiele Techniek en Ruimtelijke Ontwikkeling aan het project Duurzaam hergebruik. In een groep van 8 los je een probleem op voor een bedrijf.

Minor De energieleverende bebouwde omgeving

In 2050 moet de bebouwde omgeving energieneutraal zijn. Dat lijkt ver weg, maar de bouwsector moet hier nu al op inspelen.

Meer informatie

Een enorme uitdaging, zeker als je je bedenkt dat de bebouwde omgeving nu ongeveer 40% van alle broeikasgassen uitstoot. Er zijn dus innovaties nodig op gebieds- en gebouwniveau. Bovendien moeten duurzame concepten als Smart City, gasloze wijken en nul-op-de-meter-woningen op grote schaal toegepast worden.

Naast technische innovaties zijn ook andere zaken belangrijk, zoals het creëren van draagvlak bij de gebruikers van een gebied of gebouw. En een optimale samenwerking tussen de uitvoerende bedrijven. Bovendien mogen de kosten niet de pan uit rijzen. Al deze onderwerpen komen samen in de minor.

In de eerste 10 weken maak je een projectplan voor een opdrachtgever. Je doet dit in een groep met 7 medestudenten. Daarnaast volg je vakken om je competenties verder te ontwikkelen. De tweede 10 weken werk je je project binnen het thema energie verder uit. Hierbij werk je ook individueel aan deelvragen. Het is een multidisciplinair project: je werkt samen met studenten Bouwkunde, Civiele Techniek en Ruimtelijke Ontwikkeling. Samen lossen jullie een probleem op voor een bedrijf. Experts van Avans begeleiden je, maar natuurlijk maak je ook gebruik van de expertise van de opdrachtgever.